Enige tijd geleden was de cinnamon-challenge een hype onder jongeren. De uitdaging was om een lepel kaneel door te slikken zonder water te drinken. Ogenschijnlijk erg grappig, maar schadelijk voor de gezondheid. Dus, niet doen!! Wat je wel met kaneel kunt doen is zowel zoete als hartige gerechten op smaak brengen.

Er zijn 2 verschillende soorten kaneel. Kassie en Ceylon. De ‘echte’ kaneel komt oorspronkelijk uit Sri Lanka, voormalig Ceylon. Deze soort is, wat mij betreft, vele malen verfijnder dan kassie. De specifieke smaak wordt veroorzaakt door het gehalte coumarine en in Ceylonkaneel is deze beduidend lager dan in de kassiekaneel. Kaneel is de schors van de kaneelboom en is verkrijgbaar in stokjes en in poedervorm. De meest verkochte kaneelsoort is de kassiekaneel.

Om diepte aan te brengen in hartige gerechten kun je kassie gebruiken. Zo maak ik vaak in mijn curry’s gebruik van een pijpje kassiekaneel. Ook in oosterse gerechten kun je deze soort goed gebruiken.

Voor zoete gerechten kun je beter Ceylonkaneel gebruiken. Bijvoorbeeld in een abrikozencompote.

  • 250 gr. gedroogde abrikozen
  • 1/2 theelepel ceylonkaneel
  • wat water
  • evt. suiker
  • evt. 2 steranijs

Snijd de abrikozen klein. Doe in een pannetje met een bodempje water, kaneel, evt suiker en steranijs en laat dit pruttelen tot de abrikoos zacht is geworden. Je kunt dit warm of koud eten. Lekker door de yoghurt. Ook warm!

Kaneel heeft een verwarmend effect en kun je dus het beste gebruiken in de koudere seizoenen.