Vraag jij je soms ook af waarom je nog steeds niet gelukkig bent…..?

Terwijl je toch alles bezit wat je nodig hebt.

Dan is het volgende verhaal misschien een mogelijke verklaring.

Geluk voor beginners en geluk voor gevorderden.

 

Een Europese filosoof ging naar India om Indiase wijsheden te bestuderen.
Hij liep op een dag langs de Ganges en ontmoette een Sadhu.
Een Sadhu is een heilige die al heel lang spirituele technieken toepast.
De Sadhu zag er erg ongelukkig uit en de filosoof zei: ‘U ziet er ongelukkig uit”. Toen zei de Sadhu: Dat ben ik ook. ‘Waarom dan?’ vroeg de filosoof. Toen zei hij: Ik pas nu al 40, 50 jaar spirituele technieken toe en ik heb mezelf dingen afgevraagd, zoals: Waar komen gedachten vandaan? Wat is het wezen van ons denken? Waarom hebben we negatieve gedachten en positieve? Ik wil ook weten of ons leven wel zin heeft. Zijn we maar een stel willekeurig gemuteerde wezens in een willekeurig universum? Zoals Carl Sagan ooit zei: ‘Onze planeet is een stofje in een onbedachtzame leegte.’ Is dat zo? Zijn we stofjes die toevallig gemuteerd zijn tot mensen op een grote afvalberg in de oneindigheid? Of is er een hoger doel? Wat gebeurt er met ons na onze dood? Hebben we een ziel. Bestaat God? En als dat zo is, geeft ze dan wel om ons? Andere wezens vragen zich dat niet af, maar wij wel. Als we geconfronteerd worden met die existentiële dilemma’s en we kennen de antwoorden niet, zijn we ongelukkig. Dan ervaren we het zogenaamde existentiële lijden. We hebben alles wat we willen, maar het existentieel lijden blijft. Dat ontstaat meestal in onze tienerjaren. Shakespeare schrijft in Macbeth: Morgen, morgen en morgen kruipt heel traag van dag tot dag naar de laatste lettergreep der tijden. En alle keren dat het gisteren was, zijn er dwazen naar de stoffige dood geleid. Ga uit, kaars. Het leven is een wandelende schaduw. Een armzalige acteur die even op het toneel verschijnt en daarna in het niets verdwijnt. Het is een sprookje verteld door een dwaas, en betekent niets. Is dat zo? Dat vroeg de Sadhu zich af. Of zijn wij bijzonder? Wordt het universum zich door ons bewust van zichzelf? Spelen wij een rol in de toekomstige evolutie van niet alleen ons ras, maar van al het leven op aarde? Dit soort vragen stellen wij onszelf. Zo ook de Sadhu.

 

De filosoof had hier geen antwoorden op, dus liep hij door. Hij liep een paar kilometer verder en ontmoette toen een vissersvrouw. En zij was een zeer gelukkig mens. Ze speelde met haar kleinkinderen en bouwde zandkastelen. Die maakten ze kapot en bouwden ze opnieuw op. Ze zochten schelpen en zongen en dansen. De filosoof liep naar de vrouw en vroeg: Weet u waar gedachten vandaan komen? Maar ze snapte de vraag niet. Hij zei: Heeft u last van existentieel lijden? En zij antwoordde: Waar heeft u het over? “Weet u of we een ziel hebben?” En zij zei: Laat me met rust. Ik ben de gelukkigste mens op aarde en ik heb het enorm naar mijn zin. Ik speel met mijn kleinkinderen. Ik heb geen tijd voor dat soort vragen.

 

En toen besloot de filosoof terug te gaan naar de Sadhu. Hij liep op hem af en zei: Weet u, u zou zich moeten schamen. U doet 50 jaar aan meditatie, yoga, lezen en zelfreflectie en toch bent u ongelukkig. En een vrouw verderop heeft daar nog nooit over nagedacht en zij is de gelukkigste mens op aarde. En toen zei de Sadhu: Dat soort geluk wil ik niet. En daarmee doelde hij op iets heel belangrijks. Je kunt gelukkig zijn in onwetendheid of verlicht gelukkig zijn. Een dier kan ook gelukkig zijn in onwetendheid. En velen van ons leven ons hele leven in onwetendheid. Wij zijn als bundels reflexen die iedereen zo aan en uit kan zetten. Als iemand iets liefs zegt, ben je blij en gevleid. Als iemand iets onbeschofts zegt, ben je de rest van je leven kwaad. We zijn dus overgeleverd aan de genade van willekeurige mensen. Existentieel lijden is de prijs waard als wij, als spirituele wezens, onszelf afvragen: Kunnen wij boven ons existentieel lijden uitkomen? Kunnen wij geluk vinden in verlichting in plaats van geluk in onwetendheid?

– auteur onbekend –